
Onthullend nieuws toch wel, over een oude bron, las ik in Stemmen op Schrift van meesterstilist en meesterlijk wetenschapper Frits van Oostrom, over de oerzin van de Nederlandse taal, Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, dat door de scribent in een zeer prikkelend denkbetoog, vrijelijk erop los speculerend zonder grip te verliezen op de grondteksten, wordt herleid tot een Moorse herkomst, te weten het Islamitische Andalusië waar grofweg tussen 800 en 1400 een superieure hofcultuur ontstond waarvan de liefdespoëzie tot op de dag vandaag voortleeft in de Maghreb, en die niet alleen zuidwaarts inspireerde maar ook noordwaarts ging, omdat poezie vleugels heeft, waardoor het middels hertalingen zijn weg vond naar de troubadours van Occitaniú, de grote verspreiders van de zangcultuur in vroeg-modern Europa, en dat een monnik vleugjes van zo’n lied heeft gememoriseerd, oorwurmen waren ook in die tijd universeel, waarop het terechtkwam in de marge van het onderhavige boek waar we onze eerste zin uithalen, daar levert Van Oostrom geen definitief bewijst aan, wat ook niet hoeft, de auteur koppelt als een detective schijnbare toevalligheden aan elkaar om te laten zien dat er heelwel van toeval geen sprake kan zijn geweest, integendeel: es muss Sein!
L6es fierder by Abdelkader Benali op Neerlandistiek